Dat Nederland van het gas af moet weten we natuurlijk al lang. De tegemoetkoming van de nationale politiek aan de Groningers om de gaskraan verder dicht te draaien geeft deze ambitie een nieuwe en stevige impuls. De vraag naar het alternatief komt dan natuurlijk direct naar voren. Helaas is er niet één helder antwoord, maar er worden zeker goede eerste stappen gezet, waarin ruimte is voor nieuwe (technische) concepten en slimme aanpakken!

Zo heeft DWA afgelopen jaar samen met Witteveen+Bos en Rebel onderzoek uitgevoerd naar de kansen voor verduurzaming van alvast 16 gemeentelijke en rijksgebouwen op de vierkante kilometer rond het station in Den Haag. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) berichtte hierover onlangs in haar Jaarverslag 2017. DWA muntte de term ‘Trias Territoria’, naar analogie van de bekende ‘Trias Energetica’ die tekort schiet.

Trias Territoria

Ons team dat zich bezighoudt met duurzame gebiedsontwikkeling constateert steeds dat de ruimte voor hernieuwbare energieopwekking in en rond elke stad doorgaans schaarser is dan men op het eerste gezicht zou denken. Om voor ERDH alleen al in de huidige elektriciteitsvraag van de onderzochte gebouwen te voorzien met zonne- of windenergie, is in totaal een oppervlak 500.000 m2 zonnepanelen nodig, of 11 windturbines van 3 MW.

We besloten daarom de ‘Trias Energetica’ overboord te zetten. Allereerst omdat ons uitgangspunt is dat er simpelweg geen fossiele energie meer gebruikt wordt. Een belangrijke vraag wordt dan wel wáár de energie wordt opgewekt? De ruimte is schaars, ook buiten de steden. Daarom is het zaak om de ruimte die er wel is volledig te benutten. Het gaat dan om zowel de ruimte boven de grond als in de ondergrond.

Het gaat dus om een ruimtelijk, en vooral een verdelingsvraagstuk. In de Trias Territoria gaat het erom te komen tot een gewogen ontwerp voor een energievoorziening in 3 stappen:

  1. Vraagbeperking op gebouwniveau en vervolgens energie opwekken op, in, aan of onder het gebouw. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen of kleine bodemenergiesystemen.
  2. Duurzame energie betrekken uit het gebied in de directe omgeving ervan, door onder meer beschikbare ruimte te benutten voor bodemenergie, lokale (rest-)warmtebronnen in te zetten, of ruimte voor windmolens te benutten.
  3. Het inkopen of opwekken van groene stroom. De grote voorkeur gaat hier natuurlijk uit naar groene stroom uit Nederland, ook wel ‘oranje’ groene stroom genoemd.

De Trias Territoria dient als een leidraad bij het uitwerken van energieconcepten, waardoor geen mogelijkheden over het hoofd worden gezien. Om op de eerste twee wat verder in te gaan.

Verslimming van gebouwen

DWA werkt continu aan ontwikkelingen en innovaties rond ‘Smart Buildings’. We zien een beweging naar de situatie dat een gebouw zelf vanuit intelligentie (software) communiceert met de gebruiker. Bijvoorbeeld over afwijkend energieverbruik of door mogelijkheden aan te reiken om energie te besparen. Gebouw en gebruiker leren van elkaar en er worden voortdurend, geautomatiseerd aanpassingen doorgevoerd om het leven en werken in een gebouw zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Een volgende stap is de combinatie van vergevorderde slimme gebouwen met nieuwe contractvormen. Denk aan prestatiecontracten op basis van arbeidsproductiviteit, en garanties die er specifiek op gericht zijn om de gezondheid van medewerkers te verbeteren.

Smart Thermal Grids

De Trias Territoria werkt twee kanten op; met superzuinige en slimme gebouwen is de energievraag laag, en hoeft minder beslag gelegd te worden op de omliggende ruimte. Andersom: wanneer je al weet dat er weinig bronnen zijn in de omgeving is dat een extra drijfveer om nu al zo slim mogelijk om te gaan met energie-infrastructuur en met de ondergrond. Door onderling warmte-/koudeopslagsystemen (WKO) van diverse gebouwen te koppelen bijvoorbeeld. Een grootschalige koppeling van dergelijke systemen, waarbij sprake is van versnipperd eigendom en verschillende gebruikers is nog betrekkelijk nieuw. Het is technisch en organisatorisch complex, maar wij denken dat we dergelijke oplossingen in de toekomst nog veel vaker zullen gaan zien.