sluiten

Data cruciaal bij energietransitie

Lambert den Dekker | 26 september 2019

Betrouwbare data van warmtebronnen versnelt de transitie naar aardgasvrij

DWA is de afgelopen jaren actief betrokken bij een groot aantal RES- en TVW-trajecten (RES: Regionale Energiestrategie, en in het bijzonder de Regionale Structuur Warmte (RSW)), TVW: de Transitievisie Warmte) waarbij we samen met gemeenten en stakeholders oplossingsrichtingen onderzoeken voor de toekomstige warmtevoorziening in de buurt, de wijk, de gemeente of de regio. Vaak gaat het in eerste instantie om een afweging met betrekking tot de toekomstige infrastructuur. Wordt het ‘all-electric (individuele warmtepompen)’? Of is ‘warmte’ een beter alternatief? Op zich een logische tweedeling, omdat het uiteindelijk de basisvraag is hoe de toekomstige infrastructuur in de wijken en gemeenten er uit komt te zien.

De vraag is echter wel of deze benadering niet te simplistisch is. Wil je goede besluiten nemen over de toekomstige energievoorziening en energie-infrastructuur in de wijk, gemeente en regio, dan zijn er best een paar ingewikkelde vragen te beantwoorden. Naast allerlei energetische, financiële, organisatorische en praktische vragen is er één belangrijke basisvraag: hebben we voldoende en betrouwbare energiebronnen om de infrastructuur te voeden? Deze vraag geldt voor zowel voor een all-electric infrastructuur als voor een warmte-infrastructuur. Als we die vraag niet goed kunnen beantwoorden, kunnen we ook geen verantwoorde keuze maken voor de infrastructuur die we voor komende decennia in al onze buurten, wijken, gemeenten en regio’s moeten gaan ontwikkelen en realiseren.

Hoe graag we dat ook willen, en hoe hard verschillende bureaus dat ook proberen; we kunnen die vraag veelal gewoon nog niet goed beantwoorden. Simpelweg omdat we niet altijd over betrouwbare data van warmtebronnen in de regio en/of in de gemeente beschikken. In deze blog ga ik hier verder op in. Daarbij heb ik niet de pretentie om dé oplossing te bieden, maar wil ik veel meer de doordenking van deze problematiek aanwakkeren. Dat doe ik aan de hand van de volgende kernwoorden:

  1. Beschikbaarheid: Hoe krijgen we inzicht in beschikbare warmtebronnen?
  2. Betrouwbaarheid: Hoe maken we van warmtebronnen betrouwbare energieconcepten?
  3. Betaalbaarheid: Hoe maken we van de warmtebronnen betaalbare energieconcepten?

Beschikbaarheid: inzicht in warmtebronnen

‘Warmte’ lijkt in veel (dichtbebouwde) gebieden een (financieel) interessante oplossingsrichting. Met name warmtenetten met een temperatuurniveau van 70 graden Celsius of hoger, omdat woningen hierop aangesloten kunnen worden zonder dat er ingrijpende woningverbeteringen nodig zijn (schilverbetering/beperking van de warmtevraag is uiteraard wel wenselijk). De vraag die daar direct bij hoort is: zijn er geschikte warmtebronnen om dergelijke warmtenetten te voeden? En dan wordt het vraagstuk een stuk complexer:

  1. Welke warmtebronnen zijn geschikt? Geothermie, restwarmte, biowarmte, aquathermie, etc. ?
  2. Hoeveel warmte is er beschikbaar vanuit deze bronnen?
  3. Op welke tijdstippen is deze warmte beschikbaar (profiel dag, week, maand)?
  4. Wat is de kwaliteit (lees: temperatuur) van de warmte
  5. Welke garanties zijn er voor de langetermijn?
  6. Waar is de warmte beschikbaar en wat is de afstand tot de plaats waar de warmte nodig is (en welke obstakels zijn er tussen bron en afnemers)?

Pas als er voldoende antwoord is op deze vragen kan verder gebouwd worden op ‘warmte’. Er zijn dan twee vervolgaspecten van belang: Hoe maken we warmtenetten betrouwbaar? En hoe maken we ze betaalbaar?

Betrouwbaarheid: van warmtebronnen naar betrouwbare, integrale energieconcepten

Op basis van inzicht in de warmtebronnen kan er een afweging plaatsvinden van de manier waarop de warmtebronnen in een energieconcept geïntegreerd worden. Bij deze afwegingen gaat het uiteindelijk om de samenstelling van een betrouwbaar energieconcept. Daarbij zijn er in ieder geval de volgende afwegingen:

  1. Temperatuurniveau: Is een combinatie met warmtepompen nodig? Alleen voor warm tapwaterbereiding (in de woning) of ook voor ruimteverwarming? Wat is de beste locatie en schaalgrootte voor deze warmtepomp? Op woningniveau? Of centraal?
  2. Beschikbaarheid kortetermijn: Is er een back-up voorziening nodig? Kan deze ook als piekvoorziening ingezet worden? Mag dat een gasgestookte piekvoorziening zijn?
  3. Beschikbaarheid middellange termijn: Is er een buffer/opslagvoorziening nodig? Voor welke overbruggingstermijn? Voor weken? Of maanden?
  4. Beschikbaarheid langetermijn: Is er een fall back scenario? Wat betekent het voor de businesscase als de fall back optie gerealiseerd moet worden na een periode van bijvoorbeeld vijf jaar?

Om tot een structurele totaalvisie te komen op ‘warmte’ zal er dus zicht moeten zijn op een totaalconcept waarmee het mogelijk is om de komende decennia via de warmte-infrastructuur warmte te leveren aan de afnemers. Afnemers zullen hiervan overtuigd moeten zijn/worden. Dat kan alleen door een afdoende antwoord op de bovenstaande vragen. Anders zal er geen bereidheid zijn om aan te sluiten en komt de betaalbaarheid van het warmtenet onder druk te staan. En daarmee zijn we op het derde aspect aangekomen.

Betaalbaarheid: van warmtebronnen naar betaalbare energieconcepten

Naast deze meer technische vraagstukken rondom de warmtebronnen zijn er ook organisatorische vraagstukken bij de ontwikkeling en/of uitbreiding van warmtenetten.

  1. Zijn er naast garantie voor de langetermijn beschikbaarheid van warmte ook garanties voor de afname van de warmte? Tot nu toe wordt bij de ontwikkeling van warmtenetten vooral gesproken met woningcorporaties. Met name bij wijken met gestippeld bezit (mix van corporatiewoningen en particuliere woningeigenaren), zijn echter ook de particuliere woningeigenaren nodig om tot een haalbare businesscase te komen. En die zullen overtuigd moeten worden om aan te sluiten. Werk aan de winkel voor warmtebedrijven om van het imago van ‘dure warmte van een monopolist’ af te komen en samen met gemeentes te werken aan aantrekkelijke proposities.
  2. De ontwikkeling van warmtenetten gaat niet om een ‘probeersel’ waarbij er een toevallige warmtebron gekoppeld wordt aan een optelsom van een aantal toevallige interessante warmteafnemers. Het gaat om een structurele oplossing voor de toekomstige infrastructuur voor het totaal van een buurt, wijk of aantal wijken. Dus niet alleen woningen aansluiten maar ook de buurtwinkel, de school, het buurtgebouw en de kerk.
  3. Bij de businesscase van de warmtenetten zal rekening gehouden moeten worden met gefaseerde aansluiting van afnemers. Omdat warmtenetten kapitaalsintensief zijn zullen (markt)partijen bereid moeten zijn om forse voorinvesteringen te doen. Voor de financiering is daarbij garantie van voldoende afnemers een belangrijke voorwaarde. Gezien de twee voorgaande kanttekeningen is die garantie niet vanzelfsprekend.

Conclusie: we zijn er nog niet

Met het voorgaande maken we duidelijk dat inzicht in de warmtebronnen een vereiste is om tot betrouwbare en betaalbare warmtenetten te komen. Er wordt hard aan gewerkt door gemeenten, in de vorm van een Regionale Structuur Warmte,  maar tot nu toe is er veelal geen goed inzicht in de bronnen. Dat Uiteindelijk maakt dat het dusmoeilijk om te komen tot een goede basis voor een toekomstige infrastructuur voor warmte. En daarmee zijn veel warmtevisies en Regionale Energiestrategieën die in de maak zijn een goede eerste aanzet, maar nog niet de oplossing die we met elkaar in beton willen gieten. En dan hebben we het nog niet over het draagvlak in de wijk, waar elk alternatief voor aardgas fysiek vorm krijgt, en vraagt om ingrepen achter de voordeur.

Geen data, geen warmtenetten

Het is natuurlijk gemakkelijk om te stellen dat visies en strategieën die momenteel ontwikkeld worden,  rammelen. Wat is de oplossing? De oplossing ligt verborgen in de probleemstelling. Als het namelijk zo ingewikkeld is om betrouwbare data van warmtebronnen te verzamelen, is de betreffende warmtebron te onzeker om toe te gaan passen in een infrastructuur die voor komende decennia ontwikkeld wordt. We kunnen niet bouwen op een dergelijke warmtebron. En als er geen zicht is op betrouwbare informatie moeten we geen onomkeerbare besluiten nemen met betrekking tot de infrastructuur. Dat betekent dus dat we moeten beginnen met de buurten, wijken, gemeenten en regio’s waar wel goed zicht is op de warmtebronnen. En als blijkt dat er geen goede data is van warmtebronnen? Dan maar geen warmtenetten…

Contact

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met:
Lambert den Dekker
e-mail: dekker@dwa.nl
telefoon: 06 – 217 448 02

Lambert Den Dekker

onze vestigingen
Gouda

Bezoekadres
Harderwijkweg 7
2803 PW GOUDA

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 2073
2800 BE GOUDA

Veenendaal

Bezoekadres
Lunet 7
3905 NW Veenendaal

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 140
6710 BC Ede

Rijssen

Bezoekadres
Hogepad 85
7462 TB Rijssen

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 136
7460 AC Rijssen


contact

telefoon: 088 - 163 53 00
e-mail: dwa@dwa.nl