sluiten

Leefcirkels: het organiseren van veiligheid en vrijheid

Sanne Schepens | 29 maart 2018

Hoe techniek kan bijdragen aan leefcirkels

De termen vrijheid en leefcirkels gaan tegenwoordig hand in hand. Is dit dé oplossing om de kwaliteit van leven te verhogen voor bewoners in zorginstellingen? Middels deze blog geef ik samen met mijn collega Peter Drooger enkele handvaten om leefcirkels vorm te geven.

Wat houden leefcirkels in

De inzet van deze technologie is niet zozeer bedoeld om de zorgmedewerker te ontlasten, maar om de bewoner zo veel mogelijk zijn bewegingsvrijheid terug te geven. Iedere bewoner is uniek in zijn wensen en mogelijkheden. Daarbij kan het zijn dat een bewoner zich vandaag nog veilig door het gebouw kan begeven, maar morgen niet meer. Leefcirkels kunnen worden toegepast om te voorkomen dat een bewoner naar een gesloten afdeling moet of als vervanging van een gesloten afdeling. Daarnaast zorgt meer bewegingsvrijheid voor het activeren van de bewoners, waardoor de bewoner rustiger is. In de praktijk zien we daarom dat gesloten afdelingen steeds meer vervangen worden door open leefcirkels.

Leefcirkels zijn in verschillende vormen in te zetten, met eveneens verschillende consequenties voor de bewoners en zorgmedewerkers. In grote lijnen komt het erop neer dat de dichte deur van de gesloten afdeling vervangen wordt door een open principe met leefcirkels.

Dit kan in drie verschillende vormen:

1. De deur is in principe dicht (gesloten, tenzij): Dit houdt in dat de deur in principe dicht is tenzij een bewoner zonder gevaar voor zichzelf of anderen naar buiten kan. Denk hierbij aan de afdelingen met een code om de deur te openen.
2. De deur gaat dicht (open, tenzij): Dit houdt in dat de deur nog steeds dicht is voor de bewoners die niet veilig de afdeling af kunnen en tegelijkertijd open is voor bezoekers en de bewoners die dit nog wel kunnen.
3. De deur blijft open (open): Een andere optie is dat de deur voor iedereen open is en blijft, maar de bewoners die niet veilig de afdeling of het gebouw uit kunnen, teruggehaald worden door de zorgmedewerkers. Een groot voordeel is dat dit ook ingezet kan worden om te voorkomen dat een bewoner moet verhuizen. Een bewoner die in een open afdeling woont en achteruit gaat, hoeft dan niet te verhuizen naar de gesloten afdeling.
Een belangrijk onderdeel bij de keuze voor leefcirkels is wat de actie is die verwacht wordt van de zorgmedewerker. In de praktijk wijst uit dat een grotere bewegingsvrijheid voor de bewoner in veel gevallen zorgt voor meer werk voor de zorgmedewerker. Want wat gebeurt er als mevrouw Pietersen de afdeling niet af mag? Gaat dan de deur dicht of moet de zorgmedewerker haar werk laten vallen om meteen achter mevrouw Pietersen aan te gaan?
Autonomie-zorg

Waar moet je aan denken

Zodra een zorgorganisatie overweegt om leefcirkels in te gaan zetten, dan doorloop ik samen met de organisatie de volgende stappen:
  • Stap 1: gebruikersperspectief. Op basis van deze eisen volgen automatische de technische eisen en systeemvisie. Een belangrijke eerste stap is te bepalen wat het doel is dat u wilt bereiken met de inzet van leefcirkels en hoe dit in de visie van de instelling past.
  • Stap 2: programma van eisen. De vervolgstap is de wensen en eisen van de gebruikers te bepalen, het zogenoemde en de mogelijke specifieke oplossing(en).
  • Stap 3: keuze leverancier. Zodra de eisen duidelijk zijn kan een keuze voor een leverancier of system integrator gemaakt worden.
  • Stap 4: realisatie. Hieruit volgt de realisatie van de oplossing.
  • Stap 5: implementatie. Na de realisatie is een belangrijke stap de implementatie van het nieuwe systeem richting de bewoners, naasten en zorgmedewerkers.
Uiteraard is dit in een notendop een beschrijving per stap. Nog een aantal belangrijke punten die ik de organisatie mee geef in de overweging en voorbereiding:
  • Meenemen medewerkers. Een voorwaarde voor een geslaagde implementatie is het betrekken van de medewerkers in het gehele proces. En uiteraard ook een goede uitleg en implementatie na realisatie van het nieuwe systeem. Neem hier de tijd voor!
  • Communicatie bewoner en naasten. Wat wilt u in gaan zetten en waarom? Wat kunnen uw collega’s en bewoners wel en niet van het systeem verwachten? Hoe wordt omgegaan met veiligheid versus vrijheid? Kan een bewoner ook zelf alarmeren?
  • Meldingen. Waar mag een bewoner komen? Wisselt dit per bewoner en eventueel per dagdeel? Wat zijn de specifieke leefcirkels? Wanneer wilt u een alarm of melding ontvangen? Hoe wordt een overload aan meldingen voorkomen?
  • Nieuwe wetgeving privacy (AVG / GDPR). Hoe wordt de privacy van de bewoner gewaarborgd? Denk hierbij aan de toestemming van de bewoner, registratie en verwijderen van de gegevens, registratie van de verwerkingen en het elimineren van risico’s.

Leefcrikels ingetekend in de plattegrond, klik op de afbeelding voor grotere weergave:

Leefcirkels-in-plattegrond

Wat is technisch mogelijk

Om te komen tot een oplossing is ook belangrijk om te weten wat technisch gezien mogelijk is.
Locatiebepaling
Om te bepalen waar de bewoner is, zijn er verschillende technieken beschikbaar. De bewoner draagt een zender, waarbij op diverse manier de locatie bepaald kan worden:
  • Bakens: in het gebouw worden op strategische locaties bakens geplaatst. Dit kan ook gerealiseerd worden met lussen in de grond. Gezien kan worden bij welke bakens de bewoner geweest is en daardoor wordt de verwachte locatie bepaald. Dit wordt tegenwoordig veel toegepast. Het voordeel is dat de locatiebepaling nauwkeurig is.
  • WiFi: middels een driepuntsmeting wordt bepaald waar de bewoner zich bevindt. Belangrijk is dat er een goed dekkend wifi netwerk is. Het nadeel is dat als er iets wijzigt (bijvoorbeeld het verplaatsen van een grote kast) de locatiebepaling onbetrouwbaar kan worden. Het voordeel is dat als de bewoner zich buiten het netwerk bevindt, dit gesignaleerd wordt, wat bakens niet doen.
  • Alarmeringskastjes: een vergelijkbaar systeem als bij wifi kan gerealiseerd worden met alarmeringskastjes. Dit kan toegepast worden als op alle kamers alarmering geïnstalleerd is. Er wordt dan een driepuntsmeting gedaan met de signalen van de alarmering.
  • GPS: middels GPS wordt de locatie bepaald. Binnenshuis is het nadeel dat de verdiepingen niet zichtbaar zijn. Tevens kan hier alleen voor gekozen worden bij een actieve zender. Het voordeel is dat ook buiten het gebouw en terrein de locatie bepaald kan worden.

Deze technieken zijn (meestal) niet gecombineerd te gebruiken met één zender. Per techniek is een andere zender nodig. Wel kunnen meerdere technieken in één gebouw gebruikt worden.

Soort zender

In grote lijnen zijn er twee soorten zenders: een actieve en een passieve zender. De actieve zender heeft een batterij en is hierdoor groter. Denk hierbij aan de hals- en polszenders. Het voordeel is dat deze zender erg nauwkeurig is in de locatiebepaling. Ook kan de bewoner met deze zender zelf vaak alarmeren.

Een passieve zender kan zijn een tag in de kleding of bijvoorbeeld een pasje. Het voordeel is dat deze zender bestendig is voor de wasmachine en klein is. Het nadeel is dat de mogelijkheden beperkt zijn.

Bouwkundig

Naast de technische mogelijkheden neem ik ook de bouwkundige mogelijkheden mee. Als er sprake is van nieuwbouw zijn hier uiteraard meer mogelijkheden in. Denk hierbij aan een plattegrond van het gebouw in een cirkel. Zodat de bewoner gestimuleerd wordt om door te lopen en niet automatisch bij een deur uitkomt. Ook kan eraan gedacht worden om de afdeling op een verdieping te plaatsen, zodat het aantal deuren beperkt worden. Een andere keuze kan juist zijn om een binnentuin te creëren of juist voor een natuurlijke barrière te zorgen.

Tot slot is het belangrijk om aandacht te besteden aan de inrichting van de gangen. Denk aan een vertrouwd beeld van het dorp, bekende voorwerpen of beelden voor de bewoners en eventueel een individueel herkenbare voordeur. Dit zorgt voor vertrouwdheid en dus rust bij de bewoners.

En nu aan de slag

We hopen dat u inspiratie heeft opgedaan en deze blog handvaten heeft gegeven om zelf met leefcirkels aan de slag te gaan.

contact

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met:
Sanne Schepens
e-mail: sanne.schepens@dwa.nl
telefoon: 088 – 163 53 93 | 06 – 116 899 15

Sanne Schepens

Peter Drooger
e-mail: drooger@dwa.nl
telefoon: 088 – 163 53 46 | 06 – 534 813 69

onze vestigingen
Bodegraven

Bezoekadres
Duitslandweg 4
2411 NT Bodegraven

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 274
2410 AG Bodegraven

Veenendaal

Bezoekadres
Lunet 7
3905 NW Veenendaal

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 140
6710 BC Ede

Rijssen

Bezoekadres
Hogepad 85
7462 TB Rijssen

Routebeschrijving

Postadres
Postbus 136
7460 AC Rijssen

Amsterdam

Bezoekadres
Edge Olympic
Fred. Roeskestraat 115
1076 EE Amsterdam

Postadres
Postbus 274
2410 AG Bodegraven


contact

telefoon: 088 - 163 53 00
e-mail: dwa@dwa.nl