Consortium Motion2040

Samen met Witteveen+Bos en Rebel vormt DWA het consortium Motion2040. Als consortium wonnen wij in het voorjaar de selectie van het Rijksvastgoedbedrijf om een plan te maken voor de verduurzaming van zestien overheidsgebouwen in het centrum van Den Haag. In dat kader ontwikkelden wij een nieuwe verduurzamingsfilosofie: de Trias Territoria.

Afscheid van de Trias Energetica

Tot voor kort werkten we volgens de Trias Energetica. Binnen deze filosofie spelen fossiele brandstoffen een rol. Omdat bij de opgave van het Rijksvastgoedbedrijf de ambitie is om geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken, is de derde stap van de Trias Energetica niet meer van toepassing. De tweede stap, inzet van duurzame energieproductie, is op de overheidsgebouwen in Den Haag maar zeer beperkt mogelijk. In gebieden met een hoge bouwdichtheid is dit vrijwel altijd het geval. Als de hele gebouwde omgeving gebruik wil maken van duurzame energieproductie is schaarste aan ruimte in de directe omgeving veelal aan de orde. Met name bij hoogbouw. Om dan als laatste redmiddel direct te grijpen naar ‘gewoon groene stroom inkopen’ is te gemakkelijk. De Trias Energetica biedt dus te weinig houvast bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving.

Trias Territoria als vervanging

De vraag was dus welke benadering we zouden gebruiken bij het vraagstuk. Hiervoor zijn we uitgekomen bij de Trias Territoria. Deze benadering komt er kortweg op neer dat duurzame energie zo dicht mogelijk bij de verbruiker opgewekt moet worden. Het is gemakkelijk om ‘groene’ stroom uit het buitenland in te kopen. Bij de Trias Territoria is het de bedoeling om te beginnen bij het gebouw, daarna te kijken naar de mogelijkheden in de nabije omgeving van het gebouw en pas als laatste naar mogelijkheden op grote afstand.

Vertaald naar verduurzamingsmogelijkheden betekent deze benadering het volgende:

1.Verminderen van het energiegebruik in de gebouwen en vervolgens duurzame energie opwekken in, op, onder of aan het gebouw:
– Tegengaan van verspilling. Monitoring is daarbij een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in verbruiken.
– Besparing door schilverbetering. Omdat het om bijzondere gebouwen gaat die allemaal verschillend zijn, is dit maatwerk. Daarmee ook kostbaar.
– Besparing door vraaggestuurd ventileren en verlichten.
– Zonnepanelen op het gebouw.
– Zonnepanelen op omliggende gebouwen en/of terreinen waar mogelijk.

2. Inzet van reststromen uit het gebouw of uit de directe omgeving van het gebouw:
– Hergebruik van zomerwarmte uit het gebouw (door deze op te slaan in wko en in de winter weer in te zetten met behulp van warmtepompen).
– Uitwisselen van warmte en koude tussen gebouwen onderling (door individuele wko’s samen te voegen tot een Smart Thermal Grid).
– Aansluiting op het warmtenet. Het warmtenet wordt ‘op afstand’ gevoed door duurzame bronnen (geothermie, restwarmte, biowarmte).
– Windmolens op geschikte locaties (op land en/of op zee).

3. Inkoop duurzame elektra met als selectiecriteria: zo dichtbij mogelijk en additioneel.

Uiteraard geldt evenals bij de Trias Energetica ook bij de Trias Territoria dat steeds de financiële afweging gemaakt moet worden.