Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg

Om maar met de deur in huis te vallen: in de praktijk werken prestatiecontracten meestal niet. Ze sterven in goede bedoelingen door te veel of juist te weinig details, onduidelijke prestaties, slechte monitoring en vooral een gebrek aan samenwerking.

Ook hier geldt: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Organisaties zijn nog steeds gericht op de oude manier van werken. Dat betekent dat ze te veel als aannemer in plaats van partner aan tafel zitten. Ook de gemiddelde opdrachtgever is niet ingesteld op prestatiecontracten. Te vaak is inkoop leidend in plaats van de inhoud. Een ander veelvoorkomend probleem is dat een prestatiecontract wordt beheerd als traditioneel contract. De uitvoerende partij krijgt niet de verantwoordelijkheid en bewegingsruimte om de prestaties ook daadwerkelijk te leveren: er wordt steeds op inspanning gestuurd in plaats van op prestatie.

Blijvende betrokkenheid is essentieel

Is het dan allemaal kommer en kwel? Gelukkig zijn er ook praktijkvoorbeelden waar de resultaten wel gehaald worden. Tot tevredenheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Wat zijn de lessons learned? Opdrachtgever uitdagen om duidelijk te maken wat zijn wensen zijn (scherpe definities) en niet kopiëren uit een ander project. Goede doorvertaling naar een beperkt aantal echt relevante en vooral meetbare KPI’s. Neem monitoring en rapportage op in het contract en zorg ervoor dat dit van begin af aan gedegen gebeurt. Daarnaast is een inregelperiode cruciaal om de samenwerking te effectueren en waar nodig aanpassingen te doen in het contract. Er zijn altijd onvoorziene omstandigheden: reken daar niet meteen op af met het contract in de hand, maar werk in het licht van de doelstelling van het contract. Een prestatiecontract is geen volledige ontzorging! De blijvende betrokkenheid van de opdrachtgever is essentieel.

Sociale innovatie

Prestatiecontracten vragen om innovatie. Geen technische, maar sociale innovatie. Organisaties, opdrachtgever en opdrachtnemer moeten als partner samenwerken en vooral niet vervallen in afrekenen op irrelevante details. In die zin lijkt een goed prestatiecontract misschien wel meer op een arbeidscontract dan op een bouw- of onderhoudscontract. Er is een duidelijke functieomschrijving, de doelstellingen zijn helder en de minimale vereisten ook. Daarnaast is er voldoende flexibiliteit om kansen te pakken die voorbij komen en in te spelen op onvoorziene zaken, zonder dat dit meteen tot ‘ontslag’ leidt.