Circulariteit is geen kostenpost – het is verborgen kapitaal
Circulariteit wordt in businesscases nog vaak benaderd als een extra kostenpost. Daarmee blijft een belangrijk deel van het financiële verhaal buiten beeld: de waarde die materialen, producten en installaties gedurende en na hun gebruik kunnen behouden.
De interessante vraag is daarom niet alleen: wat kost circulariteit? Maar vooral: welke waarde creëert én behoudt circulariteit gedurende de levensduur van een gebouw?
Juist daar ligt volgens DWA een belangrijke kans. Want circulariteit gaat niet alleen over het beperken van materiaalgebruik en afval. Het gaat ook over het behouden en creëren van economische waarde.
Van ambitie naar businesscase
Bij renovaties, nieuwbouw en verduurzamingsprojecten worden circulaire ambities vaak al vroeg in het proces uitgesproken. Hergebruik van materialen, demontabele oplossingen, circulaire installaties, materialenpaspoorten en afspraken over terugname klinken logisch en toekomstgericht.
Maar zodra de businesscase wordt opgesteld, verschuift de aandacht vaak naar de investering van vandaag. Aanschafkosten, bouwkosten en terugverdientijden krijgen een prominente plek. De toekomstige waarde van materialen, installaties en componenten wordt veel minder vanzelfsprekend meegenomen.
Dat is opvallend. Bij energiemaatregelen zijn we inmiddels gewend om verder te kijken dan de eerste investering. Een warmtepomp of zonnepanelen beoordelen we bijvoorbeeld niet alleen op aanschafprijs, maar ook op energiebesparing, levensduur, onderhoud en exploitatie.
Bij circulariteit maken we diezelfde stap nog onvoldoende.
Een gebouw als opslagplaats van waarde
Een gebouw is meer dan een eindproduct waarvan de waarde gedurende de gebruiksduur afneemt. Het is ook een tijdelijke opslagplaats van grondstoffen, producten en componenten.
Denk aan staal, koper en aluminium, maar ook aan armaturen, luchtbehandelingskasten, kabelgoten, systeemwanden en verhoogde vloeren. Veel van deze onderdelen kunnen aan het einde van een gebruiksperiode nog economische waarde vertegenwoordigen. Soms kunnen ze direct opnieuw worden ingezet, in andere gevallen kunnen ze worden gereviseerd of opgeknapt.
Een luchtbehandelingskast die na twintig jaar kan worden gereviseerd en opnieuw ingezet, is bijvoorbeeld niet automatisch economisch waardeloos. De technische levensduur, de staat van het product en de mogelijkheden voor hergebruik bepalen mede hoeveel waarde behouden blijft.
Door alleen naar de investering aan de voorkant te kijken, blijft die potentiële waarde gemakkelijk buiten beeld.
Van kosten naar waarde
Wanneer in een businesscase alleen de meerinvestering van een circulaire oplossing wordt meegenomen, ontstaat een onvolledig beeld. De extra kosten zijn direct zichtbaar, terwijl potentiële restwaarde en vermeden vervangings- of afvalkosten zich vaak pas later manifesteren.
Daardoor kan een circulaire oplossing duurder lijken dan deze over de gehele levensduur daadwerkelijk is.
De ontwikkeling van methodieken om circulaire restwaarde inzichtelijk te maken, laat zien dat hierin verandering komt. Restwaarde krijgt stap voor stap een plek in besluitvorming, financiering en verantwoording.
Dat is een belangrijke ontwikkeling. Want pas wanneer de waarde van circulariteit zichtbaar en meetbaar wordt, kan deze ook volwaardig worden meegewogen in investeringsbeslissingen.
Dat vraagt om een andere manier van kijken naar de businesscase. Niet alleen naar de aanschafkosten en prestaties van vandaag, maar ook naar levensduur, herbruikbaarheid, losmaakbaarheid en potentiële restwaarde. Hoe eerder deze factoren onderdeel zijn van de afweging, hoe beter circulaire alternatieven op hun werkelijke waarde kunnen worden beoordeeld.
De businesscase stopt daarmee niet bij de oplevering van een gebouw. Door circulariteit vanaf de eerste afweging mee te nemen én gedurende de levensduur te blijven volgen, ontstaat een completer beeld van de economische waarde van een gebouw en zijn onderdelen.











