Vergisting

Het vergisten van biomassa wordt al lange tijd toegepast. Tijdens de vergisting van biomassa wordt door verschillende bacteriën de organische stof omgezet in biogas (methaan en koolstofdioxide) in een anaërobe (zuurstofloze) omgeving. Door het vergisten van biomassa wordt organische stof afgebroken en omgezet in biogas. Dit gas kan als brandstof worden gebruikt voor een wkk, waarbij elektriciteit en warmte geproduceerd wordt. Het biogas kan ook gereinigd worden tot aardgaskwaliteit en aan het aardgasnetwerk worden toegevoegd.

Bij het vergisten wordt onderscheid gemaakt tussen natte en droge vergisting. Beide methodes zijn biologisch gezien gelijk, maar technisch gezien verschillen ze sterk van elkaar.

Natte vergisting
De techniek van natte vergisting is zeer eenvoudig. In een tank, die luchtdicht en zuurstofarm is, wordt de temperatuur optimaal gehouden voor de bacteriën. Daarnaast wordt (dis)continu gemixt om drijf- en bezinklagen te voorkomen. Op dit moment is het nat vergisten van biomassa de meest kansrijke techniek om in Nederland te worden toegepast op kleine (minimaal 10 ton per dag), maar ook op grote schaal.

In Nederland is momenteel een aantal natte vergistinginstallaties operationeel. De meeste hiervan zijn slibvergisters bij industrie en rioolwaterzuiveringen. Er staat echter ook een aantal installaties bij agrariërs. Dit zijn meest kleine installaties waar vooral de eigen mest en enkele organische reststromen worden verwerkt.

Droge vergisting
Het droog vergisten van biomassa wordt slechts op beperkte schaal toegepast. In Nederland is één installatie in Lelystad in werking. Droge vergisting vindt in Lelystad plaats in afsluitbare cellen die batchgewijs gevuld kunnen worden. Omdat het geen continu proces is, dient elke nieuwe batch geënt te worden met een deel vergiste biomassa uit een vorige batch. Na menging kan de cel worden gesloten en wordt de zuurstof uit de lucht gehaald door CO2 in te blazen.

De cel heeft een roostervloer waar de biomassa op ligt en een plafond met sproeiers om de biomassa vochtig te houden. Bacteriën hebben namelijk vocht nodig om te kunnen leven. Het proces komt vervolgens op gang en na afloop wordt het grootste deel van de vergiste biomassa verwijderd en het resterende deel met de nieuwe batch vermengd, waarna de procedure opnieuw wordt herhaald.

Het droog vergisten van biomassa kan alleen bij biomassa waar structuur aanwezig is en waar toch eenvoudig afbreekbare organische stof aanwezig is. Te denken valt hierbij aan materialen die vaak gecomposteerd worden.